in Gernsbach (2)
Wandelend door het prachtige centrum van Gernsbach vinden wij onze weg naar het toeristenbureau om de papieren versie te bemachtigen van het Faltblatt Sonnenuhren. Heuvel op – heuvel af gaan wij door bochtige straatjes langs liefelijk vakwerkhuizen, restanten van de stadsmuur, een kabbelende Waldbach waaruit hondje Bommel zijn dorst lest, knusse plantsoenen en dat alles zeer netjes (wij ook). Het aantal leegstaande huizen is opvallend, dus wie Nederlandse huizen onbetaalbaar vindt – en wie vindt dat niet – zou hier zijn of haar licht eens moeten opsteken.
Aan de balie van het toeristenbureau zeg ik in mijn beste Duits tegen een lieftallige medewerkster dat ik op zoek ben naar een “Faltblatt Sonnenuhren”, maar ook hier word ik in eerste instantie verbaasd aangekeken. Gelukkig verleent een hoger geplaatste vanuit verder naar achteren gelegen regionen van de winkel bijstand, zodat ik toch redelijk snel beland bij een folder-etagère met daarin het zeer gewenste artikel. Voor de zekerheid geef de lieftallige medewerkster ook nog maar een "Rundgang durch Gernsbachs Altstadt" mee. Wellicht denkt zij: “Met zo’n “Faltblatt Sonnenuhren” komen die mensen toch hun tijd in Gernsbach niet door!”
Nou wij wel.
De nummering gaat in het vouwblad maar tot 23, dus wij kunnen de folder dateren op vroeger dan 2109, omdat in of rond dat jaar Schäuble zijn 24e en 25e exemplaar aflevert. Of er daarna nog iets bij gekomen is, weet ik niet.
In het jaar van haar 800-jarig bestaan schenkt
Schäuble aan Gernsbach twee nieuwe zonnewijzers. Ze heten “Sonnenspinne” en “Kugelförmige
Sonnenuhr”. Met dit 24e en 25e exemplaar kan Gernsbach toch écht wel “Stadt der
Sonnenuhren” genoemd worden. Op het terrein bij de Liebfrauenkirche bevonden
zich al zonnewijzers, waardoor het totale aantal daar nu uitkomt op vijf.
Nummer 24 en 25 staan dus samen met de nummers 1, 2 en 3 bij de Liebfrauenkirche.
Die kerk hadden wij al zien staan, hoog tronend boven haar directe omgeving en rustiek
ommuurd.
Vanaf de rivier klimmen wij terug omhoog. Bommel drinkt weer een paar slokjes uit het kabbelende beekje en via de Storrentorstraße gaan wij de Streckfuß in en omhoog. Een onverwacht zijpad leidt ons naar een weggetje dat over de oude stadsmuur gaat. Daar wordt de weg versperd door een vals keffend hondje, een blazende rotkat en een zwaar achterdochtig kijkend ouder echtpaar. Uit een charmant huisje komt gelukkig een vriendelijke mevrouw te voorschijn die begrijpt dat vooral de kat even weg moet om Bommel een traumatische ervaring te besparen. Angstig “Morgen,” “Hallo”, “Gutentag”, “Grüß Gott” en dergelijke fluisterend, scharrelen wij in de richting van de kerk, waarvan de toren majestueus voor ons opdoemt. Weliswaar hangt het hondje nog even aan de halsslagader van Bommel, maar dan kunnen we toch verder, niet in de laatste plaats doordat Bommel flink van zich afbijt.
Volgens de Nederlandse hersendeskundige Professor Scherder is arousal zeer goed voor de hersenen. Nou, wij hebben onze portie weer gehad voor vandaag.
Na een rondje rond de kerk arriveren wij in een kerktuin met schitterend uitzicht op de omgeving. In het gras liggen uit de bomen gevallen appels. Alleen wie hier geweest is, begrijpt wat een fijne sfeer er hangt. Drie flink uit de kluiten gewassen zonnewijzers vallen meteen op.
Van een van hen staat een beschrijving in de folder als nummer 3. Deze analemmatische zonnewijzer is hier geplaatst in 2012. De horizontale wijzerplaat is noord-zuid uitgelijnd. De uurpunten staan in de vorm van een ellips. Bij een analemmatische zonnewijzer wordt nogal eens gekozen voor een parkopstelling, waarbij de waarnemer als schaduwwerper dient plaats te nemen op een kalender in noord-zuid richting.
Hier is een wijzerinstelling gemonteerd, verschuifbaar overeenkomstig het betreffende seizoen. De minuten van de tijdsvereffening zijn op de metalen plaat gegraveerd.
De twee ‘nieuwkomers’ (24 en 25 – niet op het Faltblatt) zijn gemaakt van een gehalveerde zwerfkei uit het Merkurwald en de geofysische structuren van hun wijzerplaten zijn spiegelbeeldig.
De zonnespin is een prachtig voorbeeld van een horizontale zonnewijzer met een verticale schaduwwerper. De halve cirkels geven de maanden aan, de "gekronkelde" lijnen zijn de uurlijnen. Een verticale schaduwwerper geeft het azimut, maar doordat er geen lineair verband is tussen azimut en uurhoek, moet men de uurlijnen gekronkeld tekenen. Deze zonnewijzer geeft wintertijd. Ik vermoed dat tijdsvereffening in de tekening van de wijzerplaat verwerkt is.
Aan een steunbeer naast de ingang van de kerk vinden we een voor-copernicaanse zonnewijzer uit 1400. De schaduwwerper staat loodrecht op de wijzerplaat, maar desalniettemin zijn de uurlijnen recht en de uurhoeken even groot. De afstanden tussen de lijnen geven hierdoor uren van ongelijke lengte.
Daar hadden ze in de Middeleeuwen gewoon geen
last van.
Aan een Zuidoostelijke steunbeer van het koor hangt een zonnewijzer uit 1833. De uurhoeken hebben een zodanige ongelijke grootte dat, in tegenstelling tot de zonnewijzer bij de ingang, uren van gelijke duur worden gegeven. Door de afwijking van het zuiden van de wijzerplaat staan de ochtenduren dicht op elkaar, terwijl de middaguren breder uitwaaieren. Bij strooklicht loopt de schaduw sneller over het oppervlak dan bij steiler invallend licht.
Voor we verder gaan op onze wandeling gaan we nog even zitten op een van de bankjes om te genieten van de serene rust in de kerkweide. Wat een topdag!
Geïnteresseerd in zonnewijzerkunde? Kijk eens op de website www.dezonnewijzerkring.nl








Reacties
Een reactie posten