bij het Bahnhof van Gernsbach



Laatst hoorde ik iemand de prijs voor een reis naar Italië met het vliegtuig vergelijken met de prijs die de spoorwegen rekenen. De trein was 40 euro duurder. Tegenwoordig is het “logica” om dan “dus” voor het vliegtuig te kiezen, maar waarom? Als je met de trein reist, ben je dagenlang heerlijk onderweg. Je hebt een fantastisch uitzicht op een voortdurend veranderend voorbij glijdend landschap en je hebt alle kans op een interessante ontmoeting.

Daarbij: alleen al het feit dat je voor een treinreis eerst naar een station moet, is al een reden genoeg om voor deze vervoersvorm te kiezen. Van dorpsperron tot Amsterdam Centraal, op een station is altijd wat aan de hand. "Ik zou jarenlang thuis kunnen zitten en tevreden zijn. Ware het niet dat er stations zijn," schreef de oude Oostenrijkse schrijver Joseph Roth. En de beroemde Amerikaanse schrijver William Faulkner wist: "Het station kent alleen vreugde of tranen."


De Zwitserse journaliste Lis Künzli bundelde in 2010 vele stationsverhalen  van de laatste 150 jaar in haar boek "Bahnhöfe - ein literarischer Führer" (Treinstations - Een literaire gids). Het zijn alledaagse, bizarre, komische en melodramatische stationsactiviteiten. De lezer mag mee op reis van Parijs naar Moskou, van Hamburg naar Triëst en van Calcutta naar New York.

Vertrek en aankomst, pijnlijke scheiding en hartelijke begroeting: treinstations zijn plekken van bestemming en verlangen. Geen wonder dat schrijvers het treinstation graag als setting gebruiken. In een roman van Tolstoj bijvoorbeeld wordt graaf Vronski, die eigenlijk alleen zijn moeder wilde ophalen, verliefd op Anna Karenina op het station van Sint-Petersburg. In Italo Svevo's verhaal "Korte sentimentele reis" vindt de bedaarde zakenman Aghios eerst zijn trein niet en raakt hem vervolgens kwijt in het Stazione Centrale in Milaan. George Simenon daarentegen verzamelde alle indrukken die hij vervolgens aan zijn legendarische inspecteur Maigret meegaf op het Gare du Nord in Parijs. Voor Erich Kästners Fabian is het Berlijnse Anhalter Bahnhof de laatste hoop om te ontsnappen aan het "hopeloze, genadeloze labyrint" van Berlijn. In 1938 herkende Paul Celan dit station als een voorteken van de komende tijd.

Het station is een gebouw dat maar al te vaak een rol speelt in het lot en waar levens plotseling een andere wending nemen.

Het station is niet alleen een inspiratiebron geweest voor literatuur, maar gaf ook onze tijdswaarneming een rigoureuze wending. Was tot de komst van de spoorwegen de tijd van de zonnewijzer dé tijd van stad of dorp, voor het vervaardigen van een spoorboekje was dit een “no-go”. Het treinennet kon alleen goed functioneren als alle stations van Nederland precies de zelfde tijd aanhielden. De stationsklokken moesten overal in het land worden gelijkgezet. En zonnewijzers kun je niet in heel het land gelijkzetten. Vanaf het moment dat er over heel het land een spoorwegennet ligt, zijn zonnewijzers alleen nog interessant voor hobbyisten die het leuk vinden te weten wat de lokale tijd is.


Bij het Bahnhof van Gernsbach staan drie creaties van voormalig stadsarchitect Gerhard Schäuble. Als drie rancuneuze wachters lijken ze het station te tarten: jij, stationnetje, hebt je gelijkgestelde tijd, maar wíj zijn veel interessanter.


Er is een wereldbol, waarvan de as-positie en de richting van de meridianen overeen komen met die van de aarde in het zonnestelsel. Daardoor is de  zoninstraling per seizoen en per dag hetzelfde als op de echte aarde. Dat betekent dat dag, nacht, schemering, richting van de schemering, dag/nacht in de poolgebieden het zelfde zijn als bij de grote bol die wij bewonen.

Weergegeven zijn continenten, polen, poolcirkels, noordelijke en zuidelijke keerkring, evenaar met 15°-markeringen,  snijpunt van de meridiaan van Gernsbach met de evenaar, ligging van Gernsbach. De globe is niet ontworpen om de tijd af te lezen, maar heeft het doel inzicht te brengen in de hiervoor genoemde verschijnselen.


Van de zonnewijzer die in het midden staat is de wijzerplaat evenwijdig aan de aardas Om te zorgen dat dat zo is helt de wijzerplaat 48,8° ten opzichte van de horizontale vlak. De schaduwwerper staat loodrecht op de wijzerplaat, en is dus evenwijdig aan de evenaar. De schaduwwerper werpt op de equinox op 21 maart resp. 23 september om het ware middaguur (12:19 uur resp. 12:33 uur) geen schaduw, de zon staat loodrecht boven de wijzer. Links onderin beeld: onze als altijd zeer bewegelijke Bommel.


De derde is, u raadt het al, een zogenaamde kubuszonnewijzer. De verticale vlakken geven alleen in een bepaald tijdvak van de dag de tijd aan, de  horizontale vlakken de hele dag. In de zomermaanden wordt ook het noordelijke vlak beschenen, 's ochtends tussen 4 en 6 en 's avonds tussen 6 en 8. 

De reiziger die zich naar het station haast om nog net op tijd te zijn voor de trein, zal nooit de tijd nemen deze prachtige zonnewijzers van dichtbij te bekijken. Maar misschien komt hij net te laat en kan hij het uur dat hem in de schoot wordt geworpen besteden aan het proberen te begrijpen van deze mooie zonnewijzers.

(bron van bovengenoemde citaten: https://www.sueddeutsche.de/auto/bahnhoefe-in-der-literatur-worauf-autoren-abfahren-1.580951 )

Geïnteresseerd in zonnewijzerkunde? Kijk eens op de website www.dezonnewijzerkring.nl  


Reacties

Populaire posts van deze blog

bij het kasteel van Menthon-Saint-Bernard

in Bourg-en-Bresse

gaan uitdagingen aan